“Titeren?  Wat?” Vaak hoor ik dat van eigenaren. Nog niet elke eigenaar weet precies wat titeren is. Daarom hier een blog over wat titeren is, hoe het werkt en wat (natuurgeneeskundig) gezien de voordelen daarvan zijn. Ik zal dit proberen kort en duidelijk te omschrijven zonder gelijk de wondere wereld van de humorale afweer in te duiken.

Wat is titeren en hoe werkt het?

Titeren is niets anders dan het afnemen van een beetje bloed bij een hond of kat om daarna de antistoffen, ook wel antilichamen genoemd,  tegen bepaalde ziektes te kunnen bepalen. Bij katten kun je door te titeren de antilichamen bepalen van de ziektes kattenziekte (panleukopenie) en niesziekte (herpes en calici).

Bij honden kun je de antilichamen bepalen van de ziektes Distemper (honden ziekte), Infectieuze Hepatitis (besmettelijke leverontsteking)  en Parvo. Dit zijn erg nare en ook erg besmettelijke ziektes. Vaccineren tegen deze ziektes is dan ook het algemene advies.

Wanneer titeren of vaccineren?

Aan de hand van een titerbepaling kun je bepalen of de bescherming tegen een bepaalde ziekte voldoende is. Als er voldoende antilichamen zijn, dan heeft vaccineren niet zoveel zin. De vaccinatie slaat dan niet aan in het geval van volwassen honden, omdat het immuunsysteem al aan het werk is geweest om voldoende antilichamen te regelen tegen een bepaalde ziekte. Als de antistoffen op een te laag niveau zijn, dan heeft het zin om te vaccineren voor voldoende bescherming.

Pas als de IgG waarden (de antistoffen waarop je in het bloed kan meten) van de titerbepaling te laag zijn, is vaccineren aan te bevelen om bescherming tegen de ziekte op te bouwen en dat is soms niet zo vaak nodig als het standaardvaccinatieschema voorschrijft.  

Soms hoeft het immuunsysteem niet eens zelf aan het werk geweest te zijn om beschermd te zijn tegen een bepaalde ziekte. Dat gebeurt vaak in het geval van puppy’s en kittens. Zij krijgen van hun moeder maternale antilichamen mee via de moedermelk en daarom kan het zo zijn dat bijvoorbeeld de eerste vaccinaties niet aanslaan, omdat ze van hun moeder nog antistoffen in het bloed hebben.

Daarom worden puppy’s en kittens in het reguliere schema vaker achter elkaar geënt, om ervoor te zorgen dat in ieder geval één vaccinatie aanslaat, maar ook dat is lang niet altijd het geval. Tot 20 weken namelijk kunnen puppy’s of kittens soms wel antistoffen hebben van hun moeder. Het gebeurt helaas dan wel eens dat een puppy of kitten na de laatste vaccinatie van het reguliere schema onbeschermd rondloopt, omdat die niet is aangeslagen.

Wat zijn natuurgeneeskundig gezien de voordelen van titeren?

Een voordeel en dat is niet per se natuurgeneeskundig gezien een voordeel, is dat de timing van een eventuele vaccinatie gunstig is. Door antilichamen te meten, weet je dat de vaccinatie daadwerkelijk het immuunsysteem aanzet om antilichamen te produceren tegen een ziekte en je dier beschermd is.

Een ander groot voordeel is dat je dier minder vaak geënt hoeft te worden dan noodzakelijk is. Volwassen honden hoeven vaak minder vaak geënt te worden omdat de vaccinatie langer beschermt dan soms gedacht en puppy’s of kittens hoeven vaak pas later de eerste enting, waardoor soms de eerste, of tweede en zelfs derde enting overgeslagen kan worden.

Minder vaccineren is vaak prettiger voor je dier omdat je je dier dan minder vaak chemisch hoeft te belasten. Hieronder leg ik kort uit wat vaccinaties te maken hebben met chemische belasting, zonder te diep in te gaan op alle hulpstoffen in vaccinaties.

Een vaccinatie om het immuunsysteem te aan het werk te zetten bestaat niet alleen uit een verzwakt of dood virus (er zijn ook vele andere varianten van vaccinaties, maar dat gaat nu te ver om op in te gaan. Ook zitten er verschillende hulpstoffen en adjuvantia in. De hulpstoffen die helpend zijn voor het kweken, bewaren en effectief zijn van het vaccin zijn helaas niet altijd helpend voor jouw hond of kat.

Wat deze hulpstoffen precies zijn, verschilt per fabrikant en per enting. Het is wel bekend dat vaccinaties met een zogenaamd “dood” vaccin, zoals ziekte van Weil (een ziekte die je niet kan laten titeren) en Rabies meer conserverende stoffen bevatten dan een vaccin met een verzwakt virus en daarom leveren de dode vaccins vaak meer chemische belasting op. Dat is een nadeel.

Voor Rabies bijvoorbeeld bestaat wel een titerbepaling, maar als jij je dier mee wil nemen naar het buitenland, dan zul je toch moeten laten vaccineren. In sommige landen is zelfs een vaccinatie én titerbepaling nodig om te kijken of de vaccinatie aangeslagen is. Het vaccineren levert kort gezegd hoe dan ook chemische belasting op voor je dier.

Van te veel chemische belasting kan je dier een scala aan klachten krijgen, waar vaak de vinger niet helemaal op te leggen is. Voorbeelden van deze klachten zijn: jeuk, niet lekker in zijn vel, meer vorming van bulten, terugkerende ontstekingen, slechte vacht,  slechte adem ondanks schoon gebit enz enz.

Wat is natuurgeneeskundig mogelijk om een vaccinatie te ondersteunen?

Soms blijkt uit de titerbepaling dat de antistoffen op een te laag niveau zijn en dat het dier toch gevaccineerd wordt om voldoende bescherming te krijgen tegen bepaalde ziektes.

Het goede nieuws is in dat geval dat we met natuurgeneeskundige middelen vaak de chemische belasting voor een deel kunnen verzachten. Het is dan ook raadzaam om rondom het tijdstip van vaccineren contact op te nemen met mijn praktijk, zodat we een eventuele vaccinatie goed kunnen begeleiden. Daar zijn goede middelen voor die we kunnen inzetten, maar het gebruik daarvan is altijd maatwerk en compleet afhankelijk van het dier en haar gezondheid.

Wil je meer weten over vaccinaties,  titeren en chemische belasting, neem dan een kijkje op de onderstaande sites en lees ook mijn blog over tips waarmee je nog meer chemische belasting voor je dier kunt vermijden.

https://www.vaccicheck.nl/informatie-dierenbezitter

https://www.dierenvaccins.nl/adjuvantia-en-hulpstoffen-vaccins/

https://www.zimadierenhomeopathie.nl/leptospirose-ziekte-van-weil